Club reglement

HUISHOUDELIJK REGLEMENT 2012 SMAC.
(Aanpassing 1 januari 2012) - huidig reglement

HOOFDSTUK 1: ALGEMEEN
Art. 1:
Het huishoudelijk reglement is van kracht vanaf het ogenblik dat het door het bestuur is goedgekeurd en via het verslag van de bestuursvergadering is bekend gemaakt. Een kopie van dit reglement is ten alle tijde beschikbaar in de kantine en kan aangevraagd worden door ieder lid. Eventuele wijzigingen kunnen op ieder ogenblik door het bestuur aangebracht worden.

Art. 2:
Het clubreglement is van toepassing op ieder lid van de club. Ook gastvliegers dienen er zich naar te schikken. Onwetendheid zal nooit als verontschuldiging kunnen worden ingeroepen.

Art. 3:
Overtredingen van dit reglement kunnen door het bestuur bestraft worden met volgende sancties: aanmaning, schorsing, en uitsluiting voor bepaalde of onbepaalde termijn.

Art. 4:
Elk lid moet voldoen aan de vigerende wetgeving.

HOOFDSTUK 2: LIDMAATSCHAP EN INSCHRIJVINGSPROCEDURE

Art. 1:
Iedereen kan in principe lid worden van de club. De club heeft vliegende leden, steunende leden en ereleden. Voor nieuwe leden geldt een proefperiode van één jaar.

Art. 2:
Het lidmaatschap vervalt elk jaar op 1 januari. De bestaande leden kunnen hun inschrijving vernieuwen tot 31/01 volgens de procedure zoals beschreven in het hierna volgend artikel. Met uitzondering van de ereleden wordt enkel beschouwd als lid van de club, diegene die voor dat jaar aan alle administratieve formaliteiten heeft voldaan.

Art. 3:
In de loop van de maand januari kunnen alle leden zich opnieuw inschrijven via de website of via de PC in het clubhuis. De inschrijvingsprocedure omvat de volgende vier formaliteiten:

  1. Het nauwgezet nalezen en goedkeuren van het clubreglement en vigerende wetgeving.
  2. Het nauwgezet invullen en ondertekenen van de 2 inlichtingenbladen en bezorging aan de secretaris. Minderjarigen laten dit formulier ondertekenen door hun ouders of voogd, voorafgegaan door de vermelding "gelezen en goedgekeurd".
  3. Nieuwe leden leveren een (bij voorkeur digitale) pasfoto aan de secretaris .
  4. De betaling van het verschuldigde lidgeld door middel van bankoverschrijving op het rekeningnummer 335-4156628-30 met vermelding "Lidgeld + Naam+ jaar".
    Het niet voldoen van één dezer vier boven vermelde punten heeft tot gevolg dat de inschrijving niet weerhouden wordt door het bestuur en verbiedt elke vliegactiviteit.
    Alle ingeschreven vliegende leden worden na controle en goedkeuring van de secretaris aangesloten bij de Vereniging voor Modelluchtvaartsport vzw (VML) en genieten op die manier van de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid bij ongevallen.
  5. Nieuwe leden dienen zich vòòr het aanvangen van de eerste vliegactiviteit kenbaar maken bij de clubsecretaris of voorzitter om er zich van te gewissen dat voor hem (haar) alle formaliteiten vervuld werden. Onwetendheid zal nooit als verontschuldiging kunnen worden ingeroepen.
    Laattijdige inschrijvingen van bestaande leden kan leiden tot verlies van het recht op behoud van hun frequentie.
    Nieuwe leden die een bewijs van lidmaatschap bij de VML kunnen voorleggen kunnen aanspraak maken op een vermindering van het inschrijvingsgeld ter waarde van het geldende VML-inschrijvingsgeld.

Art. 4:
Op uitnodiging van een clublid en met uitzondering van de wedstrijden of meetings die de club organiseert mag een gastvlieger gratis gedurende maximum twee dagen vliegen op het clubterrein. Daarna kan een forfaitair bedrag van 10 euro per dag gevraagd worden. Bovendien zal eerst aan een bestuurslid het bewijs worden geleverd van een geldige binnen- of buitenlandse aansprakelijkheidsverzekering voor schade aan derden of / en zijn vliegbrevet of / en zijn VML-lidkaart.

HOOFDSTUK 3: RADIOFREQUENTIES

Art. 1:
Sedert december 2008 is de 2.4 GHz band in België toegelaten voor gebruik in de modelluchtvaart. Een vliegend lid dat verkiest te vliegen op de klassieke frequentiebanden (35, 40 en 72 MHz) zal bij inschrijving door de clubsecretaris een zendfrequentie toegewezen krijgen uit de lijst van wettelijk toegelaten frequenties (zie bijlage 1: Frequentielijst ) van het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (B.I.P.T.). De frequenties worden zodanig toegewezen dat maximaal twee leden dezelfde frequentie delen. Nieuwkomers zullen zo nodig van frequentie moeten veranderen en hun apparatuur (laten) aanpassen. Voor hen geldt vliegverbod tot dit is gebeurd.

Art 2:
Alle toegewezen frequenties zijn vermeld op een frequentiebord in het clublokaal op een dusdanige manier dat iedereen op elk ogenblik kan zien welke frequenties in gebruik zijn door andere leden. Het correcte gebruik van het frequentiebord is van groot belang en wordt uitvoerig besproken binnen de club.

Art. 3:
Bij ongevallen die het gevolg zijn van nalatigheid in verband met het gebruik van het frequentiebord, moeten alle kosten van de veroorzaakte schade vergoed worden door diegene die de regels in verband met het gebruik van het frequentiebord overtreden heeft. De verantwoordelijke partij wordt bij betwisting door een aanwezig bestuurslid vastgesteld. Indien de overtreder weigert te betalen zal hij/zij geschorst worden voor onbepaalde duur en kan hij/zij zelfs gerechtelijk vervolgd worden door de SMAC vzw.

HOOFDSTUK 4: VEILIGHEID ( Algemeen)

Art. 1:
Het voorkomen van ongevallen begint bij de aankomst op het terrein. Plaats daarom uw wagen op de voorziene parkeerplaatsen. Kies uw parkeerplaats zo dat alle voertuigen zo veel mogelijk gegroepeerd staan. Het is verboden vlak voor de kantine te parkeren uitgezonderd voor laden en lossen van kantinebenodigdheden.
Het is verboden te parkeren voor de toegangspoorten tot het vliegterrein.

Art. 2:
Motorvoertuigen mogen op het terrein van de SMAC nooit sneller dan stapvoets rijden.

Art. 3:
Het vliegterrein is enkel toegankelijk voor clubleden, behalve indien uitzondering wordt toegekend door het bestuur. Minderjarige leden mogen enkel vliegen als ze begeleid zijn door een volwassene. De toegang is verboden voor kleine kinderen en huisdieren, zelfs al worden die laatste aan de leiband gehouden.

Art. 4:
In de kantine zijn huisdieren enkel toegelaten als zij niet hinderlijk zijn voor andere personen en indien zij absoluut ongevaarlijk zijn.

Art. 5:
Bij toestanden waar een reëel gevaar voor de medemens ontstaat, heeft ieder lid het recht en de plicht om dadelijk in te grijpen, het gevaar af te wenden en het bestuur in te lichten van de vastgestelde onregelmatigheden.

Art. 6:
Indien zich een ongeval voordoet is elk lid verplicht de volgende acties zonder verwijl uit te voeren:

  1. Een bestuurslid waarschuwen
  2. Bij ernstig lichamelijk letsel de eerste levensreddende handelingen uitvoeren. Zich hierin laten helpen/vervangen door personen met de nodige opleiding.
  3. In een ernstige situatie en bij afwezigheid van een bestuurslid de nooddiensten telefonisch waarschuwen.
  4. Ieder contact met de pers (radio, TV, krant) vermijden en geen mededelingen doen aan buitenstaanders tenzij aan bevoegde personen in het kader van een Proces Verbaal opgesteld door de politiediensten.

Art. 7:
Bij ieder ongeval met stoffelijke schade aan derden en/of lichamelijke letsels zal het clubbestuur worden ingelicht. Dat laatste zal het geijkte ongevalaangifteformulier opstellen en overmaken aan de VML voor behandeling door de verzekeringsinstelling.

HOOFDSTUK 5: PLEINREGLEMENT
Modelluchtvaart is een hobby waarbij we moeten beseffen dat we niet met speelgoed aan het werk zijn. De hierna volgende regels zijn opgesteld met de bedoeling het risico op een ongeval met ernstige gevolgen zoveel mogelijk te beperken, en niet om uw plezier te bederven of omdat het clubbestuur het prettig vindt als politieagent te moeten fungeren. Integendeel, als ieder van ons hoogstpersoonlijk een verantwoordelijke houding aanneemt en op een correcte manier diegenen die het "wat losjes" opnemen attent maakt op de mogelijke gevolgen, kunnen de bestuursleden wat geruster zijn. Het zijn zij immers die zich bij een dodelijk ongeval of bij blijvende invaliditeit voor de rechter zullen moeten verantwoorden, met als enig verweermiddel hetgeen verder volgt.
Aan u, beste SMAC-lid, om de veiligheid hoog in het vaandel te stellen en deze regels stipt te volgen…

Art. 1:
Met uitzondering van meetings en wedstrijden die ingericht zijn door het bestuur is het enkel toegelaten te vliegen van 13.30 tot 19.00 uur of zonsondergang als dat vroeger is. In de maanden waarin het winteruur geldt mag vanaf 12.30 uur worden gestart. Een uitzondering geldt voor zweefvliegtuigen of toestellen voorzien van een elektrische aandrijving: zij mogen vliegen van zonsopgang tot zonsondergang.

Art. 2:
Elke radio-installatie moet technisch in orde zijn. Een regelmatige controle door een bevoegde technicus is meer dan wenselijk, en in gevallen waarin aan de goede werking wordt getwijfeld (zoals na een crash) verplicht om eenieders veiligheid te garanderen. De "fail-safe"-functie – indien aanwezig - zal zodanig worden geprogrammeerd dat in geval van storing het gas dichtgedraaid wordt ("traagloop" voor thermische motoren, motor uitgeschakeld voor Electro).

Art. 3:
Vóór het inschakelen van de radiozender zal men de voorschriften voor gebruik van het frequentiebord naleven. Dit is niet noodzakelijk bij gebruik van 2.4 Ghz.

Art. 4:
Alle modellen moeten een opstijgmassa hebben die kleiner is dan 25 kg. (Cat.II) van de omzendbrief CIR/GDF-01 van het Directoraat-generaal Luchtvaart, http://www.mobilit.fgov.be/data/aero/gdf01n.pdf )
Verbrandingsmotoren zijn beperkt tot een cilinderinhoud van 160 cc en moeten voorzien zijn van een aangepaste geluiddemper, die de geluidsdruk beperkt tot 80 dBA.
De totale stuwkracht van toestellen uitgerust met een reactiemotor (jets) mag 120 Newton (11,77 kg) niet overschrijden en jetpiloten moeten in het bezit zijn van een vliegbrevet, afgeleverd door de SMAC.
Bezitters van toestellen (vliegtuigen én heli’s) aangedreven door een turbinemotor (jets) en toestellen met een opstijgmassa van meer dan 12 kg en/of voorzien van een verbrandingsmotor met meer dan 52 cc cilinderinhoud (Cat. II) moeten een dossier indienen bij de bevoegde dienst van het Directoraat-generaal Luchtvaart. Zij zullen tijdig hun intentie tot aanschaf van dergelijk toestel voorleggen aan het bestuur, en het geijkte aanvraagformulier tot het bekomen van een vergunning (pagina 15 van http://www.mobilit.fgov.be/data/aero/gdf01n.pdf ) opstellen en verzenden naar het Directoraat-generaal Luchtvaart na ondertekening door de clubvoorzitter.
Cat II- piloten moeten in het bezit zijn van een vliegbrevet, afgeleverd door de SMAC.

Art. 5:
Bij het starten van de motor vergewist u zich ervan dat er geen personen in het propellervlak staan en dat alle passende veiligheidsmaatregelen zijn getroffen om ongevallen te voorkomen.

Art. 6:
Bij het begin van iedere vliegdag is ieder lid verplicht zich te vergewissen van de goede technische staat van zijn toestel(len) en radioapparatuur. Thermische motoren dienen te worden gestart met de uitlaat in de richting van het veld zodat geen uitlaatgassen en olie op de geparkeerde wagens terechtkomen. De toestellen in de pitts-area worden op één lijn opgesteld. Een tweede lijn is pas toegelaten wanneer er geen plaats meer is op de eerste; op die manier wordt ruimte gewonnen, en verkleint de kans op ongevallen.

Art. 7:
Zorg ervoor dat uw toestel nooit uzelf of iemand anders kan verwonden door het toestel stevig aan de grond te verankeren d.m.v. beugels of door de hulp in te roepen van een collega. Wijs de persoon die u helpt op de trekkracht van de motor die, vooral bij grotere modellen, onverwacht groot kan zijn.

Art. 8:
Op ieder toestel zal (bijvoorbeeld op een etiket in het radiocompartiment) de naam, het adres en het telefoonnummer van de eigenaar zijn vermeld. Op die manier kan bij een crash buiten het terrein niet alleen de verantwoordelijkheid worden vastgesteld ( u bent verzekerd…) bij eventuele schade, maar bovendien verhoogt de kans dat kostbare apparatuur zijn eigenaar terugvindt.

Art. 9:
Een toestel met draaiende motor mag enkel losgelaten worden buiten de hekkens (pitts-area) en voorbij de volle witte kalklijn die de grens bepaalt van de zone waarin niet getaxied of gevlogen mag worden. Een technische storing kan binnen deze zone ernstig lichamelijk letsel veroorzaken. Tijdens het maaien van het grasveld is iedere vliegactiviteit verboden.

Art. 10:
Voor iedere start dient de piloot er zich van te vergewissen dat het terrein vrij is en dat er geen landingen aangekondigd werden. Voor het opstijgen zal minimum drie vierde van de beschikbare lengte van het terrein worden gebruikt. Na het opstijgen mag de eerste bocht pas worden ingezet na het bereiken van de grenzen van het veld. Er dient voorrang gegeven te worden aan zwevers die klaar staan om opgetrokken te worden.

Art. 11:
Het is strikt verboden te vliegen boven de kantine, personen, de parkeerplaatsen en op minder dan 200 meter van de huizen in de buurt van het terrein. De start- en landingsbaan wordt enkel gebruikt voor opstijgen en landen. De landingsrichting wordt bepaald door de heersende wind en aangegeven door middel van een pijl, die geplaatst wordt door de eerste piloot die vliegt. Alle volgende piloten schikken zich naar deze opgelegde vliegrichting en voeren hun naderingscircuit met linkse of rechtse bochten uit, zonder daarbij de helizone te overvliegen.

Art. 12:
Acrobatie boven het terrein, 3D-manoeuvres en lage, snelle overvluchten tegen de startrichting zijn niet toegelaten tenzij de piloot op dat ogenblik als enige vliegt. Overtreders zullen hiervoor een aanmaning krijgen, gevolgd door schorsing bij herhaling. Het uitvoeren van "3D" – manoeuvres met helikopters is verboden.

Art. 13:
Het is verplicht gegroepeerd te blijven in de door krijtlijnen aangeduide vakken om signaalinterferentie te vermijden en om gemakkelijk op de hoogte te blijven van elkaars intenties. Als het terrein moet betreden worden zal dit vooraf met luide stem worden aangekondigd: "MAN OP VELD!". Keer daarna zo snel mogelijk en langs de kortste weg terug naar de zijkant van het terrein of naar het pilotenvak.

Art. 14:
Landingmanoeuvers moeten ook met luide stem worden aangekondigd ("LANDING!") en mogen slechts gebeuren als het terrein vrij is. Het terughalen van het toestel moet zo snel mogelijk gebeuren zonder de andere landingen te hinderen.

Art. 15:
Als schade is aangebracht aan andermans eigendom dient deze schade gemeld te worden aan het bestuur. Voor zover de schade in aanmerking komt voor terugbetaling door de verzekering, moet de piloot die de schade veroorzaakte samenwerken met het bestuur om de aangifte zo snel en volledig mogelijk te laten gebeuren. De formulieren bevinden zich in een map in de kantine.
Indien de schade niet in aanmerking komt voor terugbetaling door de verzekering (zoals kosten aan vliegmateriaal ), dan dient de schade door de in de fout gestelde piloot vergoed te worden. Indien geen minnelijke schikking getroffen wordt, zal het bestuur de verantwoordelijkheid bepalen en een bedrag vaststellen. De beslissingen van het bestuur zijn niet aanvechtbaar. Indien de veroorzaker weigert te betalen, zal hij/zij geschorst worden voor onbepaalde duur en kan hij/zij zelfs gerechtelijk vervolgd worden door de vzw SMAC.

Art. 16:
Wie de controle over zijn toestel verliest zal anderen met luide stem op de hoogte brengen, om het gevaar te melden en het zoeken van een toestel dat buiten het terrein terechtkomt te vereenvoudigen. Men zal erop letten bij het terughalen van het model zo weinig mogelijk schade aan te brengen door vertrappelen van gewassen. Alle brokstukken, ook diegene die niet meer bruikbaar zijn, dienen meegebracht te worden.

Art. 17:
Nieuwe piloten dienen zich te melden bij de verantwoordelijke voor vlieginstructie om hun toestel(len) en vliegvaardigheid te laten evalueren. Indien het nodig blijkt worden zij doorverwezen naar een instructeur voor (her)scholing. Enkel piloten in het bezit van een vliegbrevet uitgereikt door de VML mogen zonder toezicht vliegen.6
De monitoren beoefenen hun functie kosteloos en zij kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele schade aan toestellen die kan voortvloeien uit het beoefenen van hun functie.

Art. 18:
De monitoren zullen elk nieuw toestel aan een grondige technische controle onderwerpen. Indien het toestel niet volledig vliegwaardig is, mag er niet gevlogen worden.

Art. 19:
Een monitor zal onder geen enkel beding de leerling verlaten zolang het toestel van deze laatste in de lucht is. Hij/zij zal ook het toestel niet uit het oog verliezen en ingrijpen zodra er een gevaarlijke toestand ontstaat.

Art. 20:
Klachten en overtredingen tegen dit reglement dienen onmiddellijk aan het bestuur gemeld te worden.

Art. 21:
ten strengste verboden zijn:

- Pulsoreactors (Zogenaamde straalpijpen)
- Resonantiepijpen zonder geluidsdemper
- Defecte of geen uitlaat
- Thermische motoren met een cilinderinhoud van meer dan 160 cc
- Reactiemotoren met een stuwkracht van meer dan 120 Newton (11,77 kg)
- Toestellen van meer dan 25 kg :Categorie 3 (zie Hoofdstuk 5, Art 4)

HOOFDSTUK 6: KANTINE EN BELEEFDHEIDSREGELS

Art. 1:
De uitbating van de kantine gebeurt volgens onderstaande richtlijnen:
De kantine is geopend op zaterdag en zondag vanaf 14.00 tot 19.00 uur (Winter 18.30 uur). Openingsuren buiten deze periodes kunnen door het bestuur toegelaten worden, als de uitbating op vrijwillige basis gebeurt.
Indien er geen clubleden in de kantine meer zijn heeft de uitbater het recht om de kantine te sluiten vanaf 18.00 uur.
De prijzen voor de gebruiksgoederen in de kantine worden vastgesteld door het bestuur. Een prijslijst zal goed zichtbaar en duidelijk leesbaar in het clublokaal aanwezig zijn.
De bediening van de leden zal op een vriendelijke en hygiënische manier gebeuren d.m.v. bestelling en afhaling aan de toog.

Art. 2:
In de kantine geldt een algemeen rookverbod. Rokers worden verzocht buiten geen peuken op de grond te werpen en gebruik te maken van asbakken.

Art. 3:
Het clublokaal en het vliegterrein worden gebruikt door alle leden. Dit betekent dat ieder lid persoonlijk verantwoordelijk is voor het behoud van de goede staat ervan. Het laten rondslingeren van gebruikte goederen en allerlei afval (eet- en drankverpakkingen, plakband, kapotte vliegtuigonderdelen, peuken, plasticzakken, enz.) getuigt van weinig respect voor de anderen.

Art. 4:
Het laatste lid dat het terrein verlaat zorgt ervoor dat alle poorten gesloten zijn.7

HOOFDSTUK 7: DISCIPLINAIR VLIEGVERBOD
Het pleinreglement moet strikt nageleefd worden. Het lid dat een schorsing of uitsluiting opgelopen heeft mag geen gebruik meer maken van het vliegterrein voor de periode van de sanctie. De lidkaart wordt gedurende die tijd in beslag genomen en bewaard in de geldkoffer in de kantine.
Een forfaitair vliegverbod van twee weken met onmiddellijke ingang wordt door het bestuur opgelegd bij vaststelling van volgende zware schendingen van het reglement:

  1. Zendapparatuur ( met uitzondering van 2.4 GHz apparatuur) inschakelen zonder dat de lidkaart is omgekeerd op het frequentiebord.
  2. Taxiën of vliegen binnen de zone afgebakend door de volle witte krijtlijn, het op lage hoogte overvliegen van personen en de kantine.
  3. Gevaarlijke vliegmanoeuvres uitvoeren die de veiligheid in het gedrang brengen.
  4. Vliegen buiten de openingsuren
  5. Het negeren van aanmaningen van een bestuurslid in verband met de vliegveiligheid

LIJST VAN TOEGELATEN FREQUENTIES

( Bijlage 1 aan het huishoudelijk reglement) Het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (B.I.P.T.) stelt het nationale frequentieplan op. Het is integraal terug te vinden op http://www.bipt.be en de technische specificaties voor de toestellen voor radioverbindingen voor afstandsbediening van kleine modellen zijn omschreven in Bijlage 5 bij het MB van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen. De toegelaten frequenties zijn (met de overeenstemmende kanaalnummers): 26,995 MHz 35.000 MHz (Kan. 60) 40.575 MHz (Kan.41) 27,045 MHz 35.010 MHz (Kan.61) 40.585 MHz (Kan.42) 27,095 MHz 35.020 MHz (Kan.62) 40.595 MHz (Kan.43) 27,145 MHz 35.030 MHz (Kan.63) 40.605 MHz (Kan.44) 27,195 MHz 35.040 MHz (Kan.64) 40.615 MHz (Kan.45) 35.050 MHz (Kan.65) 40.625 MHz (Kan.46) 35.060 MHz (Kan.66) 40.635 MHz (Kan.47) 35.070 MHz (Kan.67) 40.645 MHz (Kan.48) 35.080 MHz (Kan.68) 40.655 MHz (Kan.49) 35.090 MHz (Kan.69) 40.665 MHz (Kan.50) 35.100 MHz (Kan.70) 40.675 MHz (Kan.51) 35.110 MHz (Kan.71) 40.685 MHz (Kan.52) 35.120 MHz (Kan.72) 40.695 MHz (Kan.53) 35.130 MHz (Kan.73) 35.140 MHz (Kan.74) 35.150 MHz (Kan.75) 35.160 MHz (Kan.76) 35.170 MHz (Kan.77) 35.180 MHz (Kan.78) 35.190 MHz (Kan.79) 35.200 MHz (Kan.80) 35.210 MHz (Kan.281) 35.220 MHz (Kan.282) 35.230 MHz (Kan.283) 35.240 MHz (Kan.284) 35.250 MHz (Kan.285) 35.260 MHz (Kan.286) 35.270 MHz (Kan.287) 35.280 MHz (Kan.288) 35.290 MHz (Kan.289) 35.300 MHz (Kan.290) 35.310 MHz (Kan.291) 35.320 MHz (Kan.292) 35.330 MHz (Kan.293) Voorts kunnen (naast deze vast toegewezen frequenties) door het B.I.P.T. ook nog frequenties met een kanaalscheiding van 25 kHz worden toegewezen in het bereik 72.000 – 72.500 mHz. De frequenties in de 35 MHz-band zijn beschermd in een straal van 3 km rond modelbouwterreinen. Gebruik van de 27 MHz-band is voor ons in de praktijk uit den boze, want deze frequenties worden ook gebruikt voor radiotelefonie en CB die een uitgestraald vermogen van 4 Watt mogen hebben, tegenover 0,1 Watt voor onze zenders…

GEBRUIK VAN HET FREQUENTIEBORD

( Bijlage 2 aan het huishoudelijk reglement) 1. Voor Ieder clublid bevindt zich op het frequentiebord een persoonlijke lidkaart waarop een aantal gegevens vermeld zijn, ook de gebruikte radiofrequentie. Deze lidkaart dient ( met uitzondering van leden die 2.4 GHz apparatuur gebruiken) te worden omgedraaid (oranje kant zichtbaar) vóór het inschakelen van de zendapparatuur. Op die manier wordt voor iedereen duidelijk dat de frequentie bezet is. Na de vlucht wordt de kaart opnieuw omgekeerd, wat vrijgave van de frequentie inhoudt. 2. Bij dubbele frequentie bezetting zal de piloot die merkt dat zijn/haar frequentie bezet is de speciale rode plaat nemen en die over de knuppels van zijn/haar zender leggen als geheugensteun. Het lid dient eveneens de andere piloot met dezelfde frequentie te verwittigen van zijn/haar aanwezigheid. De zender met afdekplaat moet altijd uitgeschakeld zijn. Als de piloot, die de afdekplaat op de zender heeft, wil vliegen, dan moet hij/zij deze plaat aan de andere piloot overhandigen die deze plaat direct op de eigen zender moet plaatsen. 3. Als de kantine gesloten is maken de leden gebruik van het vereenvoudigde frequentiebord dat buiten is opgehangen. Het plaatje "Frequentie in gebruik" wordt geplaats voor de gebruikte frequentie. 4. Een ledenlijst met de toegekende frequenties is in de kantine aanwezig. Ze wordt opgesteld en, zo nodig, aangepast door de clubsecretaris. 5. Problemen met storingen of onregelmatigheden dienen onmiddellijk bekend gemaakt te worden aan het bestuur.

Opkomende evenementen

Hier kan je in de agenda een kort overzicht van de opkomende evenementen van deze maand terug vinden. Gedetailleerde informatie kan je vinden onder menu : evenementen

ma di wo do vr za zo
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
27
28
29
30
31